lisadierickx

Just another WordPress.com site

Open brief aan de vliegenmepper

Beste meneer vliegenmepper,

(Ik ga ervan uit dat u een man bent, gezien uw sterke meningen over vrouwen in de Kerk. Als u een vrouw was zou u hen hoogstwaarschijnlijk niet “de duivel in hoogsteigen persoon” noemen)

Vandaag ontdekte ik dat u de woorden uit mijn interview gebruikt om Piet Herregods ervan te beschuldigen dat hij een ketter is. Aangezien u mijn – en zijn – woorden tegen hem gebruikt, zal ik ook uw woorden tegen u gebruiken.

Onder de fragmenten uit mijn interview schrijft u: “Dit is te belachelijk voor woorden” en dat is exact wat ik dacht toen ik uw blogbericht zag. Ik heb mijn interview geschreven vanuit een zo objectief mogelijk standpunt, en probeerde bovenal de menselijkheid in Piet Herregods aan te tonen. Dat u daarvan gebruik maakt om aan te tonen dat hij de “regels” van de kerk niet volgt en hem er ronduit lasterlijk van te beschuldigen een ketter te zijn, zint me niet.

“Deze priester maakt geen deel uit van de Rooms-Katholieke Kerk” verkondigt u verder uw verfijnde mening. En wat geeft u het recht daarover te beslissen? Ik vraag mij trouwens in het algemeen af wat u het recht geeft over mensen te oordelen? Voor zover ik weet is dat zeker niet één van de basisnormen van de Kerk. Áls Piet Herregods dan al iets verkeerd gedaan heeft, zou u dan niet naar vergiffenis moeten streven? En verzoening? Is God niet de enige die mag oordelen? Bent u God, meneer? In hoogsteigen persoon?

Uw meningen zijn echter zo radicaal dat ze het in feite niet waard zijn dat er iemand op reageert. In zo’n gevallen is het namelijk altijd beter te negeren dan te reageren maar aangezien u mijn interview gebruikt laat u mij in feite geen keuze. Bij deze wens ik mij dan ook MIJLENVER te distantiëren van alles wat op uw blog verschijnt.

Ik geef ook geen toestemming mijn interview op uw website te publiceren. Maar net zoals u bij Piet Herregods zelf deed toen hij u vroeg zijn naam te verwijderen, zal u mijn vraag weglachen en overtuigd van uw eigen gelijk de zaak alleen nog maar erger maken. Dus laat ik u graag doen. Maar bij deze wel een duidelijke boodschap. Aan iedereen die hier via uw blog verzeild is geraakt op zoek naar nog meer argumenten om Piet Herregods aan de schandpaal te nagelen: u mag nu rechtsomkeer maken want u heeft hier niks te zoeken.

Reageren is ook niet nodig, meneer de vliegenmepper. Zoals ik al zei ben ik niet in de waan u te kunnen overtuigen en ik wil me ook niet mengen in eindeloze discussies over de Kerk. Deze open brief heeft als enige doel aan te tonen dat ik uw meningen niet deel.

Met vriendelijke groeten,

Lisa Dierickx

‘Ik ben een priesterlijke mens en een menselijke priester’

(Bent u hier via http://vliegenmepper.blogspot.com/? Lees dan eerst maar even dit: http://lisadierickx.wordpress.com/2012/01/07/open-brief-aan-de-vliegenmepper/)

Op het kerkplein in De Pinte, vlak naast de kerk, in een kantoor omringd door boeken, kan u Piet Herregods vinden. Hij is priester, maar boven alles een mens als een ander.

Wat is religie voor u?

Dat is al meteen een serieuze vraag. Als je kijkt naar de betekenis van het woord is het ‘verbonden zijn met’. Voor mij is dat dan verbonden zijn met degene die ik God noem en die ik leer kennen in de figuur van Jezus van Nazareth, dat is heel kort wat religie is voor mij.

Bent u zelf gelovig opgevoed?

Ja, ik ben gelovig opgevoed maar als ik dan kijk naar wat dat betekende toen, dan was dat niet zo heel veel. Ik ben eigenlijk maar beginnen geloven door ermee bezig te zijn en door te beginnen nadenken over wat de verhalen betekenen, wat het betekent als je zegt ‘God’ of ‘ik geloof’. Door te studeren ben ik eigenlijk gelovig geworden.

Wanneer heeft u dan besloten priester te worden?

Eigenlijk vrij laat, in het laatste jaar van de humaniora. Ik was er op dat moment niet zoveel mee bezig. Ik was ook al aan het kijken naar andere zaken, zoals sociale school of pedagogie, ik wou wel iets met mensen doen, dat sprak mij aan. Het was pas in de laatste maanden van het laatste jaar dat ik dacht misschien is dat ook iets. Ik heb daar met niemand over gesproken maar ik ben er wel mee blijven rondlopen en in de vakantie na het laatste jaar ben ik naar een abdij getrokken om voor mezelf uit te maken wat ik ging doen. Toen heb ik besloten de opleiding te volgen en te zien wat het zou worden.

En bent u nog altijd tevreden van uw keuze?

Ja. Dat wil niet zeggen dat ik alle dagen loop te springen en te dansen, maar dat is bij niemand zo. Ik zeg dikwijls, en dat meen ik ook, dat ik vind dat je als mens moet proberen gelukkig te zijn. Iemand die niet gelukkig wil zijn moet zich laten helpen, denk ik. En ik ondervind dat dit voor mij een manier is om zinvol te leven en gelukkig te zijn. En ondertussen kan ik ook soms nog eens anderen gelukkig maken.

Wat voor priester bent u, of probeert u te zijn?

Ik probeer een menselijke priester te zijn en een priesterlijke mens. Ik mag het leven delen van mensen, dat is een voorrecht. Als ze gelukkig zijn, verdrietig zijn, miserie hebben, iets tegenkomen, dan mag ik dat delen. Ik mag over iets praten waar eigenlijk niet veel meer over gepraat wordt, namelijk God en wat hij met ons leven te maken heeft. Zonder te zeggen dat ik de absolute waarheid verkondig. Ik kan enkel getuigen, ik kan enkel zeggen voor mij is het zo. En vanuit dat besef, dat we als kerk of gelovige gemeenschap een minderheid geworden zijn, probeer ik priester te zijn. Ik denk dus niet dat ik het overal voor het zeggen heb, die tijd is gelukkig voorbij. Ik denk ook niet dat ik zomaar overal kan binnenwandelen, zoals vroeger gebeurde. Ik las ergens, en daar herken ik mij in: wij zijn als priesters niet meer de heer des huizes, wat we vroeger wel waren. Vroeger dachten we dat we wisten hoe het ineen zat en spraken we met de overtuiging dat het was zoals we zeiden. We zijn niet meer de heer des huizes, we zijn de gast, de vreemdeling. De gast die gevraagd wordt als er iets gebeurt in het leven en de vreemdeling die soms met een taal of woord komt dat haaks staat op wat in de maatschappij belangrijk geacht wordt. We zijn de vreemdeling maar ik voel me daar niet slecht bij, integendeel.

Is de priester de psycholoog van de gemeenschap?

Neen. Ieder heeft zijn verhaal maar ik ben geen psycholoog. Als mensen hun verhaal willen vertellen dan laat ik hen vertellen maar willen ze niet, dan is het ook goed. Ik probeer mee te gaan in hun verhaal en ik probeer te luisteren en vooral ook naar woorden te zoeken die in zo’n situatie oprecht zijn. Op zo’n moment moet je niet simpel doen en dingen zeggen als “het is dat het zo moest zijn” of “het is God’s wil”. Dat zijn uitspraken waar ik niet achter sta, waar ik moeite mee heb. Een psycholoog moet eerder zoeken naar hoe je er weer bovenop geraakt en hoe je weer kan functioneren. Ik sta daar meestal met mijn mond vol tanden en zeg nooit wat ze moeten doen. Want je moet niets, als je verdriet hebt.

Is dat soms moeilijk? Om te weten wat je moet zeggen?

Ja. Ondertussen heb ik ook wel geleerd om soms gewoon eens te zeggen dat ik niet weet wat ik moet zeggen. Je hebt situaties die te erg zijn, laat ze dan ook erg zijn en begin niet te verbloemen of te vergelijken. Uiteindelijk moeten wij niet oordelen over welke situaties erg zijn, de mensen zullen dat zelf wel doen. Er zijn als de mensen dat willen, dat is de taak van een priester.

Is dat veranderd sinds u priester geworden bent?

Zeker. Ik ben 27 jaar gewijd en in die tijd is er veel veranderd en ik stel vast dat de veranderingen elkaar alsmaar sneller opvolgen. Nu zie je nog in elk dorp of elke stad minstens één kerk staan, die worden niet meer gebruikt zoals ze 20 jaar geleden gebruikt werden. Moeten al die kerkgebouwen dan blijven? Wat gaan we ermee doen en hoe kunnen we onze deuren openzetten voor andere mensen? Er is veel veranderd en er zal nog veel veranderen. Ook priesters zijn een uitstervend ras.

Hebt u gehoord over de petitie opgesteld door John Dekimpe, die pleit voor hervormingen in de kerk? Hebt u ze ook ondertekend?

Ja ik heb ze getekend. Wat mij vooral aansprak in dat manifest, want dat is het eigenlijk, is dat het begint met te zeggen “wij begrijpen niet dat..”. We beginnen dus niet met het eisen van zaken, wij uiten onbegrip. Wij begrijpen niet dat mensen die geen priester zijn niet mogen voorgaan in een dienst en niet mogen preken, mensen die gescheiden zijn geen communie mogen ontvangen, enzovoort. Een aantal zaken die, ook voor mij, niet te begrijpen zijn gezien de situatie waarin we zitten. Dus zeggen ze in dat manifest dat de voorwaarden om priester te mogen worden zouden moeten opengesteld worden, zodat getrouwde mensen en vrouwen bijvoorbeeld ook priester kunnen zijn. Ondertussen tonen meer dan 7000 mensen vanuit de basis, mensen die geëngageerd zijn in de kerk, dat ze die bekommernis delen. Er zijn natuurlijk ook mensen die vinden dat dit niet kan, die ons ketters vinden. Ik kreeg een paar dagen geleden nog telefoon van een journalist die me vroeg of ik me ervan bewust was dat mijn naam op een website staat, ‘Ketters in Vlaanderen’. Die website geeft een lijst van alle mensen die het manifest ondertekend hebben , en diegenen die dat opgericht hebben, de ‘goede katholieken’, vinden dat je bij die mensen beter geen sacrament meer ontvangt. Dat is de kerk op twee snelheden, terwijl in dat manifest niets wereldschokkend staat. Degene die nu paus is heeft dertig jaar geleden hetzelfde geschreven, hij zal het nu niet meer zeggen, maar hij heeft het wel geschreven. Het is mooi dat er al 7000 ondertekend hebben, het is een prachtig teken van leven.

Hoe staat u tegenover het celibaat? U zegt net dat getrouwde mensen ook priester zouden moeten kunnen zijn?

Er zijn bijna geen mannelijke celibataire priesters meer dus moeten we beginnen nadenken over wie allemaal priester kan worden. Wil dat zeggen dat ik voor de afschaffing van het celibaat ben? Neen, voor mij heeft dat er niks mee te maken, het één moet naast het ander kunnen bestaan. Ik zeg alleen dat wie ongelukkig is in zijn celibatair bestaan er beter mee stopt. Is dat een drama? Neen, ik ken er zoveel die nu gelukkig zijn als getrouwde mens.

Maar u vindt wel dat ze nog steeds priester zouden mogen zijn, dus het celibaat mag voor u afgeschaft worden?

Afschaffen zou ik niet doen, maar het zou geen criterium mogen zijn om iemand al dan niet tot priester te wijden. Ik denk dat het celibaat soms zinvol is, dat heeft een betekenis. Voor mij persoonlijk heeft dat te maken met leven zodat je voor niemand op de eerste plaats komt. Dat is niet erg, er zijn zoveel mensen die zo leven. Als je naar de maatschappij kijkt, denk ik dat er gemakkelijk 20 procent zo leeft of moet leven. Bij mij is het dan nog vrije keuze. Ik probeer zo te leven zonder daarbij ongelukkig te zijn. Waarom kan ik zo leven? Vanuit mijn geloof want ik geloof dat ik hoe dan ook graag gezien ben.

Zouden vrouwen volgens u ook priester moeten kunnen worden? Hoe komt het dat de katholieke kerk toch vooral een mannenwereld is?

Het is een systeem dat zichzelf in stand houdt, door mannen die mannen verkiezen. Ze beroepen zich daarbij op theologische motieven, zoals Jezus en de apostelen waren mannen. Dat mag geen reden zijn om het kerkelijke systeem in stand te houden. In alle parochies zijn er veel meer vrouwen met de kerk bezig dan mannen. Moesten die er allemaal mee stoppen dan ligt het op zijn gat, dan is het gedaan. En dan staan de mannen daar.

Beschouwt u zichzelf als een moderne priester? Want u ben niet echt traditioneel?

Wat is traditioneel en wat is modern. Ik ben niet modern als het gaat over technologie, ik heb moeite om mijn computer in gang te krijgen, als hij niet werkt moet ik iemand bellen en ik ben al blij dat ik mijn gsm kan gebruiken. Voor mij is het geen kwestie van modern, of traditioneel. Voor mij is het zoeken, hoe kan je vandaag de dag de wereld waarin je leeft het geloof beleven en er op een zinvolle en verstaanbare manier over spreken. Ik stel vast dat de taal die 20 jaar geleden in de kerk werd gebruikt nu bijna onverstaanbaar is geworden. Als je zegt “heilig, heilig, heilig, de heer des hemelse machten”, dan versta ik dat niet. Maar als je zegt God heeft te maken met graag gezien zijn, wie je ook bent, dan is dat veel duidelijker. Het gaat er dus om wat je zegt, wat je bedoelt, als je zegt God of Christus.

Past u de taal dan ook aan in uw diensten?

Ik probeer toch woorden te gebruiken die ik tenminste versta en waarvan ik vermoed dat ze ook verstaanbaar zijn voor anderen. Dat is een van de hedendaagse uitdagingen, zoeken naar een begrijpbare taal. Soms lukt dat, soms mislukt dat, maar ik probeer het wel.

Merkt u ook een verandering in het publiek dat naar de kerk komt?

De grootste verandering merk ik bij diegenen die wekelijks komen, dat aantal vermindert sterk en dat is vooral een ouder publiek. Wat ik wel vaststel is dat als je anderen uitnodigt, dat een deel daarvan toch op die uitnodiging ingaat. Ik denk ook dat we dat moeten doen, mensen uitnodigen en de deuren openzetten. Iedereen is welgekomen, of je nu één keer komt of elke week. Wij hebben niet te oordelen over de motieven waarom mensen naar de kerk komen of niet, maar als je komt ben je welgekomen. We proberen gezinnen uit te nodigen rond bepaalde momenten of dagen en we gaan er niet meer van uit dat mensen komen als ze niet uitgenodigd worden.

Hoe ziet u de toekomst in van de kerk?

Ik zie de toekomst niet dramatisch in maar het zal wel helemaal anders zijn. Het zal hier en daar nog een groepje mensen zijn die samenkomt rond iets wat zij belangrijk vinden en waarover ze hopelijk niet alleen in woorden maar ook in daden getuigen. De sociale druk om kerkelijk en gelovig te zijn is voorbij en dat vind ik goed want het past niet meer in deze tijd. De vrijheid om te kunnen zeggen dat het iets betekent moet er wel zijn. De enige uitdaging is het vinden van momenten om mensen daarover iets mee te geven, dat is niet vanzelfsprekend.

Heeft u veel gemerkt van het pedofilieschandaal?

Mensen bekijken mij niet anders, alsof ik gevaarlijk ben of één van die kliek, maar het heeft wel veel veranderd. Als dat schandaal al een voordeel heeft is het wel dat de kerk een beetje bescheidener is geworden en dat we wat minder hoog van de toren blazen. De boodschap van de Kerk is heel anders dan de praktijken die daar gebeurd zijn. Je mag de mooiste preek houden maar als dat de praktijk is, moet je zwijgen. De geloofwaardigheid van de kerk is serieus aangetast, en terecht. Hoe moeten we nog van verzoening spreken? En toch is het nodig, want als we nog iets te zeggen hebben is het wel dat. Mensen spreken soms van christelijke waarden, maar eigenlijk zijn er niet zoveel. Menselijkheid? Solidariteit? Rechtvaardigheid? Eerlijkheid? Trouw? Dat zijn natuurlijk ook christelijke waarden, maar ze zijn niet exclusief christelijk. De ene waarde waarvan ik vind dat ze echt christelijk is, is vergeving. Vergeving is niet meer menselijk als iemand je echt gekwetst heeft tot in het diepste van je zijn.

Wat vindt u dan van die figuren, zoals Roger Vangheluwe? Zouden die uit de Kerk moeten gezet worden?

Eigenlijk is het bijna zo, hij zit ergens anoniem in een klooster in Frankrijk en kan nooit meer ergens openbaar verschijnen. Ik vind het minder belangrijk dat hij dan echt formeel uit de kerk gezet wordt. Wat er gebeurd is, vind ik wel heel erg. Dat hij daar nog heeft kunnen functioneren als priester en bisschop, wetende wie hij was en wat hij meedroeg.

Bent u het altijd eens met uitspraken of beslissingen die uit Rome komen?

Neen. Ik ben het ook niet altijd eens met wat uit de basis komt, of uit Brussel of Amerika. Ik denk ook niet dat dat moet. Als je maar probeert kritisch na te denken over wat gezegd wordt en ook nadenkt over hoe en waarom dat er gekomen is. Ik ben het ook niet altijd oneens met wat er gezegd wordt. Wat ik wel belangrijk vind, en dat is er nu te weinig, is dat Rome rekening houdt met wat er aan de basis leeft. Uiteindelijk is de Kerk begonnen met een paar mensen die wilden samenkomen rond iets dat betekenis heeft in hun leven, dat is ook wat mij aanspreekt in de Kerk. Dat vindt te weinig doorstroming naar hoe er in Rome beslissingen tot stand komen.

Hoe staat u tegenover homoseksualiteit?

Ik heb daar niks van te vinden, dat bestaat. En als die mensen gelukkig zijn. Zoals ik al zei, elke mens heeft de plicht gelukkig te zijn. Voor mij is dat geen thema, zoals er heteroseksualiteit bestaat, zo bestaat er ook homoseksualiteit. Het veroordelen van homoseksualiteit, daar heb ik moeite mee.

Vindt u dan dat het ook mogelijk zou moeten zijn voor holebi’s om voor de kerk te trouwen?

Dat is ingewikkelder. Als twee mensen rond een gebeurtenis willen bieden en vieren, wie ben ik dan om te beslissen wie dat wel en niet mag? Ik kan daar dan alleen maar gelukkig om zijn en meebidden. Maar dat is nog iets anders dan trouwen. Trouwen, in de kerkelijke betekenis, heeft te maken met man en vrouw. Je kan niet zeggen dat twee mannen of twee vrouwen kunnen trouwen, tenzij je de betekenis van het kerkelijk huwelijk verandert. Ik heb wel veel meer bedenkingen bij heterokoppels die trouwen voor de kerk, voor de show en de schoon auto’s, maar dan wel zeggen dat ze eigenlijk niet geloven.

Er wordt ook veel meer gescheiden dan vroeger. Vindt u dat er een gebrek aan respect is voor het sacrament?

Neen. Als mensen scheiden is dat op de eerste plaats pijnlijk voor die mensen. Dan moeten we niet klaar staan met de wijsvinger maar met open armen. Ik kan alleen hopen dat ze, toen ze het sacrament vierden, het meenden en ze tenminste dachten dat het ging blijven duren. Hun verdere levensverhaal zegt niets over hoe ze op dat moment het sacrament beleefd hebben.

Hoe staat u tegenover andere religies?

Het zou wreed zijn moesten we denken dat wij de juiste zijn en alle anderen verkeerd. Als ik geloof in God, geloof ik dat hij te maken heeft met liefde, dat is het woord dat wij gebruiken. Als dat alleen zou gelden voor de leden van mijn clubje, zou dat niet consequent zijn en contradictorisch. God zoekt de mensen en hij zal zich laten kennen op verschillende manieren. Voor mij is dat in de figuur van Jezus van Nazareth, een moslim zal God op het spoor komen door de profeet Mohammed, een boeddhist zal hem geen God noemen maar zal met religie verbonden geraken door middel van meditatie.

Wat is God voor u? Is dat een concreet concept?

Als ik bid, zeg ik wel dat God concreet is want ik kan niet bidden tot een zetel of een kast, daar kan ik geen relatie mee hebben. Als ik bid spreek ik God aan en probeer ik vooral te luisteren. Kan ik mij iets voorstellen bij God? Neen, maar ik kan me wel iets voorstellen bij Jezus van Nazareth. Die voorstelling is ook gekleurd en getekend, maar zijn optreden brengt me wel dichter bij God.

U zegt dat u luistert naar God? Krijgt u ook antwoorden?

Niet in die zin dat ik als ik met iets zit ga bidden en dat het mij duidelijk wordt wat ik moet doen. Bidden is voor mij soms gewoon een tekst of psalmen lezen en daarin vind ik iets dat mij treft. Dat kunnen teksten zijn die ik al veel gelezen heb maar waar ik nooit bij stilgestaan heb. Dat is een bepaalde vorm van luisteren. Liefst heb ik de verhalen uit het evangelie waar ik moeite mee heb, waarbij ik moet zoeken naar de betekenis.

Heeft u een lievelingsverhaal uit de Bijbel?

Ja, ik heb er een aantal. In het evangelie bijvoorbeeld heb je de werkers van het elfde uur. Een man gaat werkmannen ronselen op de markt, vraagt iedereen of ze in zijn wijngaard willen komen werken, het is veel werk. Wanneer de dag voorbij is roept hij eerst diegenen bij zich die het minst gewerkt hebben en hij geeft ze evenveel geld als diegenen die de hele dag gewerkt hebben. Dat is een prachtig verhaal. Volgens ons economisch stelsel klopt het helemaal niet maar zo is het evangelie. Allemaal even veel, allemaal liefde, en dat kan je niet afmeten. Liefde is altijd groter dan de verdienste, dat is mijn gevoel. Je moet je hemel niet afkopen. Vroeger zei men dat je de hemel moest verdienen, maar dat moet je niet, je krijgt hem. Als je hem zou moeten verdienen dan stop ik meteen, dan is het een onrechtvaardige god.

Dus u gelooft niet dat slechte mensen naar de hel gaan?

Ik weet niet wat de hel is, geen idee. Volgens mij kan ze niet bestaan. En als ze bestaat zit er niemand in. Het enige wat je kan doen als mens is zeggen dat je de hemel niet moet hebben, dat is mijn visie van zonde. Zonde is dat je de liefde die je gegeven wordt weigert. Het verhaal van de verloren zoon toont dat aan. De zoon komt terug en wordt met open armen ontvangen, maar hij is niet de verloren zoon. De verloren zoon is de zoon die buiten staat en niet verstaat waarom zijn broer zo ontvangen wordt. Hij weigert binnen te gaan wanneer zijn vader het hem vraagt, hij weigert de liefde. Het heeft niks te maken met verdienste, het heeft te maken met je openstellen. Zo zie ik dat.

Why couldn’t it be Christmas everyday

Kerst is in het land, en dat hebben ze in de Veldstraat in Gent geweten. Elke winkel haalt zijn beste inpakpapier boven, opent nog snel een extra kassa en speelt onafgebroken melige kerstliedjes. Santa Claus is coming to town.

Overal in Gent hangt een kerstsfeertje. Op de korenmarkt staat een gigantische kerstboom die meer lamp is dan boom, kermismolentjes die gretig mee profiteren van de kerstdrukte en een oliebollenkraam dat gouden zaakjes doet. Op de Graslei staat een rij verlichte bomen die eenieder vurig doet verlangen naar het punt waarop die felle blauwe kerstlichtjes uit de mode gaan. In alle straten hangt verlichte kerstversiering en zelfs de bussen van De Lijn wensen je een vrolijk kerstfeest.

Op de Korenmarkt dwalen nog enkele overgebleven Music For Life activisten rond, op zoek naar mensen die, ook nadat het glazen huis naar Antwerpen trok, nog iets willen geven. In de Veldstraat staat – of zit – menig bedelaar en straatmuzikant op diezelfde weldoeners te wachten. Naast de Fnac staat Tom Dice-gewijs een jongeman met gitaar die hardnekkig volhoudt terwijl een koor vlak naast hem komt staan en hem bijna volledig overstemt. Wanneer iemand dan toch een muntje op zijn gitaarzak gooit knipoogt hij verleidelijk en lacht vriendelijk. Om het van een koor te halen moet je al je troeven uitspelen, blijkbaar.

Sfeer genoeg dus in de straten van Gent, en sfeer leidt tot drukte. Zo ook op 23 december, de dag voor kerstavond. Wie dacht dat het crisis was, mag hier eens komen observeren. Wie dacht dat de grote stormloop zou uitblijven, heeft het goed mis. Overal lopen kerstshoppers op zoek naar het perfecte cadeau, de tram raast door de straten en moet meermaals de bel rinkelen om niemand omver te rijden, aan bankautomaten staan eindeloze rijen en ook aan de kassa’s heb je een halfuur nodig om uiteindelijk te kunnen betalen voor het cadeau voor die verre nicht of zatte nonkel. “Op deze manier vind ik het echt niet leuk” zegt een licht gedeprimeerde kerstshopper, “het zijn precies solden. Volgend jaar doe ik mijn inkopen een maand op voorhand”.

Deze neerslachtige jongeman is niet de enige die geen plezier beleeft aan het shoppen. “Dat is allemaal veel te duur” zegt een voorbijganger, die daarna toch ook een winkel binnenstapt. “Iedereen laat zich vangen aan marketing. Smeerlapperij, dat is het!”. Ook de Paus, die op Kerst uiteraard allerhande toespraken moet geven en zijn tong in driehonderd bochten moet wringen om in 65 talen “Gelukkig kerstfeest” te kunnen zeggen, vindt dat Kerstmis te veel gecommercialiseerd wordt. “Vandaag is Kerstmis het feest van de winkels geworden. De felle lichtjes maken het mysterie van God’s nederigheid onzichtbaar” preekte hij gedurende de middernachtmis. Je kan je afvragen of al dat goud in de kleren van de Paus ook niet lichtjes afleidt van God’s nederigheid, maar over het algemeen kunnen we stellen dat we de Paus ook niet snel in de Veldstraat zullen tegenkomen. Alle goede christenen zouden er dus in feite ook niet mogen zijn.

Het liedje ‘Why Couldn’t it be Christmas Everyday’ dat in sommige winkels speelt, staat in schril contrast met de gefrustreerde kerstshoppers die knarsetandend, rood van frustratie en snauwend naar hun wederhelft of kinderen toch nog een goed cadeau te pakken proberen krijgen. Het is ook niet makkelijk, met kinderen in zo’n drukte gaan lopen en dan nog proberen te vermijden dat je ze kwijtraakt of dat ze onder een tram belanden. In een winkelketen lopen twee kinderen achter hun moeder aan. Ze lopen elkaar een beetje te pesten en wanneer de jongen het meisje een duw geeft zodat deze op haar moeder terechtkomt, draait de moeder zich woedend om en verkoopt het meisje een serieuze draai rond haar oren. De omstaande klanten kijken met afgrijzen naar het gebeuren, stiekem toch ook blij dat ze niet de enige gefrustreerden zijn.

In elke winkel vind je een aantal mannen die doelloos ronddwalen terwijl hun lieflijke wederhelften doelgericht op jacht gaan als getrainde leeuwen, klaar om de prooi te verscheuren. “Ik weet eigenlijk niet waarom ik mee moet” zegt één van die mannen wanneer hij aangesproken wordt “ Ik loop toch maar in de weg, zowel voor haar als voor de andere mensen”. De romantiek is ver te zoeken, en dat terwijl ‘Last Christmas’ van Wham door de luidsprekers galt. Hier en daar zijn er toch nog wat jonge koppeltjes waar de romantiek er in dergelijke mate van afdruipt dat ze – letterlijk tussen de truitjes en de T-shirts – de impuls niet kunnen onderdrukken elkaar hartstochtelijk te kussen, zich niets aantrekkend van de zuchtende mensen die nu niet meer kunnen passeren, of van elke andere mens in dit universum.

Maar er zijn er nog die er de romantiek wel van inzien. Sommigen genieten van de kerstsfeer en dompelen zich er volledig in onder. “Echt veel shoppen doe ik niet, maar ik kom wel altijd eens de sfeer opsnuiven. Vooral op de kerstmarkt met een glaasje glühwein Dat vind ik zo’n gezellige sfeer.” Zegt een jongeman, die op dat moment ook echt met een glaasje glühwein in de hand staat. En hij is niet de enige: “Ik ga met mijn vriend ook altijd naar de kerstmarkt. Glühwein drinken, naar de lichtjes kijken. Dat is zo romantisch” Zegt een meisje die samen met helemaal ingeduffeld en arm in arm met haar vriend naar een kraampje staat te kijken op de kerstmarkt. Er is dan ook een groot contrast tussen diegenen die er plezier in hebben en diegenen die niets liever willen dan zo snel mogelijk de winkelstraat verlaten. De eerste groep kuiert rustig door de straten van Gent, hand in hand, af en toe stoppend om elkaar een zoen te geven of te blijven staan en naar iets te kijken. Terwijl de anderen zich dood ergeren aan die eerste groep en alle moeite van de wereld doen om hen te ontwijken terwijl ze aan een verschroeiende snelheid door de Veldstraat marcheren, reeds verlangend naar het moment dat ze weer in hun zetel kunnen ploffen en verlost zijn van al die vermoeiende drukte.

Wie dacht dat kerstshoppen enkel cadeautjes kopen was voor anderen moet twee keer nadenken. In een schoenwinkel zijn drie meisjes schoenen aan het passen. “Morgen is er familiefeest en volgende week is het oudejaar. Nieuwe schoenen zijn dus een dringende vereiste” zegt één van de meisjes. “Ik moet straks ook nog een kleedje vinden” treedt nu ook één van de andere meisjes haar bij. Verkopers spelen hier handig op in en halen hun beste, en meteen ook meest doorzichtige, verkoperspraatjes boven. “Ik heb dikke enkels, die schoenen passen niet bij mij” hoor ik één van de meisjes zeggen. “Dat denk je maar” pikt de verkoper – die kennelijk al een tijdje stond te wachten op het moment om in te grijpen – daar handig op in. “Ze heeft gelijk, het zit in de familie, ik heb het ook.” Zegt één van de andere meisjes die blijkbaar haar zus is. “Ach, het zou stom zijn als ze naar je enkels kijken in plaats van naar je ogen” dweept de verkoper. Een vrij contradictorische verkooptechniek voor iemand die in een schoenenwinkel werkt, maar die man zal het wel beter weten.

Hoe we het ook draaien of keren, kerstmis is nu eenmaal een melige periode, en of je je er volledig tegen verzet of je gaat er helemaal in mee, erdoor moeten we toch. Dus misschien kan je je maar beter overgeven aan al die kitsch, hardop meezingen met al die ‘Holy Nights’, slenteren en gewoon lekker zoetsappig zijn.

Ambitieus plan oogst gematigde reacties in Wetteren

Wetteren aan de Schelde, het project dat de markt met de Schelde moet verbinden door een combinatie van werk, wonen en groen valt niet overal in even goede aarde. 

Site De Witte zoals ze er nu bijligt

Voorlopig ligt er achter de kerk nog een verloederd bedrijventerrein, site De Witte, maar dat moet binnenkort veranderen. Tussen 2012 en 2017 zal een project gerealiseerd worden dat het centrum van Wetteren opnieuw met de oevers van de Schelde verbindt. ‘Dat project is er in de eerste plaats gekomen omdat er nood was aan een nieuw administratief centrum’ zegt Alain Pardaen (CD&V), burgemeester van Wetteren. ‘maar achter de kerk is er zeker ook plaats voor horeca en in kleinere mate handel, maar niet concurrentieel ten opzichte van het bestaande handelsapparaat in het centrum. Er wordt ook voor de drie woongelegenheden gezorgd: sociaal wonen, gewone appartementen maar ook luxe appartementen met zicht op de Schelde en de Kalkense Meersen die er ook moeten zijn om het project betaalbaar en in evenwicht te houden. Ook niet onbelangrijk, omwille van de verkeers- en parkeerproblematiek, is dat er 350, ondergrondse parkeerplaatsen komen die een verademing zullen zijn voor ons drukbezette centrum’ Aldus een trotse burgemeester.

Maar niet iedereen is even enthousiast. ‘Wij denken dat het in gang zetten van het project heel lang aangesleept heeft en dat er daarna op te korte termijn een concreet bouwplan opgesteld is zonder dat er eigenlijk veel over nagedacht is en dat zie je ook in de plannen zelf’ zegt Paul De Moor van Groen!, die zich bij enkele aspecten van het project vragen stelt. ‘Het grootste appartementsblok heeft terrassen op het noorden. Ik vraag mij dan af of ze wel hebben stilgestaan bij de bezonning en beschaduwing. Ook over het sociale weefsel lijkt nauwelijks nagedacht. Kan men wel alle bevolkingscategorieën aanspreken die daar gaan wonen en hoeveel ruimte gaan die krijgen?’ Ook Sp.a maakt zich zorgen over het sociale weefsel. ‘Wij willen dat er aandacht gegeven wordt aan sociale bewoning en dat het geen elitair stadsgedeelte wordt voor de ‘happy few’, waarbij de doorsnee bevolking buiten beschouwing gelaten wordt.’ Oppert Jos De Laender van Sp.a. Paul De Moor stelt zich ook vragen bij de bereikbaarheid. ‘Er is momenteel geen goede optie om te vermijden dat daar een verkeersinfarct wordt gecreëerd. Ook de nieuwe posities van de passarelle en het gemeentehuis staan ter discussie. Waar gaan ze de passarelle laten landen? En zou het gemeentehuis niet beter naast de kerk staan? Dat is een gebouw dat overdag veel volk trekt en dat zou de markt en het centrum in het algemeen ten goede komen.’

De gemeente heeft ondertussen een infopunt opgericht waar een kleine tentoonstelling opgesteld staat, inclusief maquette, om de bevolking van Wetteren te tonen wat ze van plan zijn. ‘Het is een groot project ja, maar ik vind het wel leuk dat Wetteren eens iets doet. Ook de vervanging van de passarelle vind ik handig, zeker voor oudere mensen die slecht te been zijn’ zegt het twintigjarige meisje die toeziet op de tentoonstelling. Die zogenaamde ouderen zijn echter minder enthousiast over het hele plan. ’Esthetisch is het wel geslaagd, maar komen daar ook horecazaken en winkels voor dagelijks behoeften in? Want anders wordt dat een slapende wijk en we moeten de massa aantrekken.’ Zegt Roger, zelf een oud architect. ‘Wasted time and wasted money’ roept Armand, een zeventig plusser, bijna de hele ruimte bij elkaar.  ‘Ik vind het een verkwisting van ons geld. Want, wie koopt? De gemeente. Wie is de gemeente? Wij zijn de gemeente, wij zijn de belastingbetalers. Het heeft geen naam wat de gemeente verkwist aan onnodige projecten.’ ‘Ja, de kostprijs dat is wat anders maar elke verwezenlijking kost geld’ voegt Roger daar nog aan toe.

Toch is Armand niet de enige die er zo over denkt. Het is ook de Wetterse oppositie niet ontgaan dat de begroting voor 2012 er niet rooskleurig uitziet. ‘Niet het personeel, noch de crisis zijn het probleem; wel de kortzichtige visie, de spilzucht en de wereldvreemdheid van dit bestuur die leidt tot toenemende leninglasten’ zegt François Coppens (Sp.a) in Het Nieuwsblad. Ook Groen! waarschuwt voor de gevaarlijke vorm van koopzucht waar het bestuur kennelijk aan lijdt. ‘De cijfers zijn wat ze zijn. Niet goed en het gaat er niet op verbeteren. Het bestuur heeft de voorbije jaren ontzettend veel uitgegeven, om en bij de 10 miljoen euro aan onroerend goed, aankopen en renovatie, maar niet eens gezorgd voor toekomstige structurele inkomsten’ beweert Piet Van Heddeghem (Groen!) in Het Nieuwsblad. De burgemeester weerlegt deze commentaar door simpelweg te stellen dat het nu belangrijker is te investeren in vastgoed, bouwgronden, fabrieken en eigendommen dan het geld op de bank te laten staan en het kwijt te zijn na de bankencrisis. ‘Een gemeente wordt van die investeringen niet armer, integendeel, op lange termijn worden we daar rijker van.’ Dat blijkt dan wel heel lange termijn te zijn. Het project zou pas klaar zijn in 2017, maar zelfs dat lokt een algemene ‘eerst zien, dan geloven’ uit. Een charmeoffensief zal nodig zijn voor Wetteren aan de Schelde.

‘Ik zal zo blij zijn aan de meet’

Dit weekend werden de Mia’s uitgereikt. Er werd veel geschreven en getwitterd over de aanwezigen, de optredens en de winnaars. Milow en Selah Sue mogen dan wel de ‘sterren’ geweest zijn, niemand leek op te merken dat het beste optreden van de avond uit eerder onverwachte hoek kwam. Raymond Van het Groenewoud bracht zijn ‘aan de meet’ met een kwetsbaarheid die, toegegeven, niet in het concept paste maar wel insloeg als een bom bij de aandachtige kijker die op dat moment niet besliste even naar het toilet of de koelkast te verkassen. Ik werd er alleszins stil van (dat duurde uiteraard niet lang want kort daarna moest Milow weer het podium op en dan is de ergernis nooit veraf). Maar Raymond’s nieuwste nummer zindert na, al twee dagen ondertussen.

Twee maanden geleden schreef ik al een recensie over ‘Goeiemorgen ouwe rotkop’, een nummer dat de melancholie met de glimlach brengt. Bij ‘aan de meet’ is daar geen sprake meer van. Raymond mag dan wel staan glimlachen als hij het brengt, die glimlach brengt zo’n beklijvend gevoel met zich mee dat je bijna zou denken dat Raymond écht liever zo snel mogelijk ‘aan de meet’ zou arriveren. Zijn glimlach vol levenswijsheid combineert hij met een fragiele stem die altijd net op het juiste moment breekt en een tekst die ieders binnenste doet huilen. Dit is zingen met emotie en daar kan Milow  nog een zwáre punt aan zuigen.

Ik heb al meermaals overwogen
‘t gaat er niet om hoe snel ik reed
en evenmin hoe ik zal rijden
maar ‘k zal mezelf zijn aan de meet

En waar de meet is, hier of ginder
het maakt niet uit, ‘t maakt geen verschil
‘t gaat om bewaken en bewaren
dat is alles wat ik wil

Soms lijkt de rit niet meer te dragen
het is de tijd die aan me vreet
maar ik heb geen zin in bezemwagen
op eigen kracht tot aan de meet

Ik heb liever het klimmen dan het dalen
want dalen geeft je overmoed
en bovendien, het is slechts dalen
meestal met bekwame spoed

‘k heb zowat elke rit verloren
en toch denk ik, ik ben gereed (gereed)
want als je sterft word je herboren
ik zal zo blij zijn aan de meet

als je sterft word je herboren
ik zal zo blij zijn aan de meet

Bij gebrek aan een filmpje van zijn optreden op zaterdag, een filmpje van hetzelfde nummer hoe hij het bracht in De Laatste Show:

‘Ik ben geen tovenaar’

Pas in 2009 nam hij de fakkel over van Marc Gybels met veel ambitie en veel goesting. Alain Pardaen (CD&V) is de fiere burgemeester van Wetteren en hij ziet het groot.

Is het altijd uw ambitie geweest om burgemeester te worden?

Neen, ik ben pas in 1985 lid geworden van de toenmalige CVP, uit sympathie voor de partij, en had oorspronkelijk niet de minste ambitie om al in 1988 voor het eerst mee te doen met de gemeenteraadsverkiezingen. Je groeit daar in. Ik was eerst OCMW-raadslid, daarna gemeenteraadslid, in de daaropvolgende legislatuur was ik schepen en nu ben ik burgemeester. In die zin ben ik wel bijzonder. Ik heb elke stap kunnen doorlopen en hoe meer je de ladder bewandelt, hoe meer zin je krijgt om door te gaan. Burgemeester zijn is voor mij een fulltime job geworden maar ik doe het doodgraag.

Wat zijn, volgens u, uw sterktes en zwaktes als burgemeester?

Ten eerste, is het niet onbelangrijk dat ik alle stappen van de hiërarchie heb kunnen doorlopen. Ik weet bijvoorbeeld heel goed hoe belangrijk het OCMW is op beleidsniveau en op plaatselijk vlak. Ten tweede, als ik het van mezelf mag zeggen, kan ik goed naar de mensen luisteren en probeer ik te voldoen aan de vragen van de burgers. Ik sla alles op en probeer daar klank aan te geven in uitspraken en beleidsbeslissingen. Het feit dat ik te weinig tijd heb vind ik dan weer een absoluut minpunt. Op die manier moet ik soms mensen ontgoochelen omdat ze niet meer tot bij mij geraken. Sommige organisaties heb ik zelf mee opgestart, hebben mij ook de kans gegeven om door te groeien en nu heb ik de tijd niet meer om eens een activiteit of vergadering bij te wonen, dat is een foute boodschap naar de mensen toe.

Bent u zich er van bewust dat er op Facebook een groep bestaat met de naam: “Wij vinden dat Alain Pardaen weg moet als burgemeester” die is opgericht door enkele jongeren die vinden dat er niet genoeg initiatieven worden genomen voor de jeugd (vooral naar aanleiding van het verdwijnen van het skatepark)? Geeft u daar gehoor aan?

Echt? Staat dat op Facebook? Dat wist ik niet. Het is waar dat het skateterrein voorlopig verdwijnt door de verbouwing van de sporthal. Het was, ook volgens de buurtbewoners, geen goede locatie voor een skatepark. Er zijn al veel andere voorstellen gedaan maar die worden vaak afgeschoten door de jeugd zelf omdat het te ver is of om andere redenen. Ik ben geen tovenaar. Het plan is nu een skatepark aan te leggen recht tegenover de Gamma, naast het gemeentelijk magazijn, maar daar moet je van nul beginnen. De toestellen hebben we nog, dat is geen probleem maar er moet nog asfalt gelegd worden. Ik stel ook vast dat de jeugd inderdaad vragende is maar dat veel van de jongeren die mij contacteren van buiten Wetteren zijn. Waarom vragen die jongeren van Laarne en Schellebelle niet aan hun eigen gemeentes om initiatief te nemen? Wij hebben al heel veel faciliteiten zoals een schouwburg, een zwembad, straks twee sporthallen, volleybal in eerste klasse, voetbal in tweede klasse, andere gemeentebesturen mogen ook wel eens wat doen.

Bent u al actief bezig met de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar?

Ja, nu begint dat, een jaar voor datum. Vroeger was dat voor mij persoonlijk minder werk maar nu ben ik in januari al aangeduid als kopman en dan moet ik mee op zoek naar nieuwe individuen om op de lijst te staan. Er moet samengezeten worden en er moeten mensen bezocht worden dus in dat opzicht ben ik daar wel al mee bezig en kruipt daar wel wat tijd in.

Streeft u ernaar om ook federaal nog iets te kunnen betekenen?

In de politiek mag je eigenlijk nooit zeggen dat je aan je plafond zit. Op gemeentelijk vlak is dat voor mij natuurlijk wel zo, ik kan niet meer verder, maar ik heb ondertussen toch ook al eens meegedaan met de Vlaamse verkiezingen en met de federale in 2010. Tenzij je op een bepaalde leeftijd bent gekomen en je niet meer in die commotie van die verkiezingen wil terechtkomen denk ik dat je als politieker altijd ambitie moet hebben om hogerop te geraken. Persoonlijk interesseert het federale niveau mij iets minder, ik stond liever op de Vlaamse lijst en ook het provinciale niveau interesseert me heel hard. De gemeenteraadsverkiezingen en provinciale verkiezingen vallen samen dus moest er dan een plaatsje vrijkomen ben ik zeker kandidaat.

Volgde u ook de federale toestand van de laatste maanden, of zeg maar jaren? Denkt u dat er fouten gemaakt zijn door uw partij, CD&V? Zou u het anders gedaan hebben?

Ik ben van de overtuiging dat we NVA hadden moeten volgen toen zij de stekker eruit trokken in 2009. NVA was toen nog het kleine broertje van de sterke CD&V. Zij stapten op maar wij zijn blijven zitten omdat we altijd de sterke beleidspartij geweest zijn en, vermoed ik, onder druk van het koningshuis. Dat is ons niet in dank afgenomen. De balans is averechts beginnen werken, NVA is blijven groeien en CD&V is beginnen verschrompelen waardoor wij in feite het kleine broertje zijn geworden van NVA. Het was zeker ook crisis geweest en er waren ook herverkiezingen gekomen als we er mee waren uitgestapt maar dan was die magistrale groei van NVA er niet gekomen. We zijn daar een misstap begaan met de bedoeling chaos te voorkomen, maar waar zitten we nu? In de Far West.

Denkt u dat CD&V bij de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar dezelfde klap zal krijgen die ze federaal gekregen hebben?

Dat is een moeilijke vraag want het is onmogelijk in te schatten welke invloed een nationale partij zal hebben op gemeentelijk niveau. Mensen kunnen altijd helemaal anders reageren op plaatselijk niveau, tegenover federaal niveau, dat stelt me enigszins gerust. Wetteren is daarin ook een geval apart, wij hebben geen mandatarissen van NVA die onder nationale invloed plaatselijk kunnen doorbreken. Enerzijds is het voor de andere partijen een voordeel dat de NVA zich hier minder makkelijk kan manifesteren, anderzijds is het moeilijk in te schatten hoe NVA zal evolueren en dus kunnen de andere partijen maar beter op hun hoede zijn.

Stel dat u terug verkozen wordt, wat zijn dan uw plannen voor Wetteren?

Het laatste jaar is het snel gegaan, er zijn een paar masterplannen lopende. Ten eerste is er het project aan de Warande dat in aanbouw is, de sporthal wordt uitgebreid en de omgeving geherstructureerd. Ten tweede is de ontwerper voor de site Cordonnier aangeduid, die is volop aan het tekenen, voor het uitbreiden van de muziek- en tekenacademie. Ten derde is er de Schelde Site waarvoor de architecten nu ook zijn gekozen. Ten slotte is er nog het plan rond de stationsomgeving. De renovatie van het station is klaar maar aan de kant van Overbeke denkt men aan nieuwe pleinen, parkeergelegenheden en bushaltes. Ik vrees echter dat, door de verkiezingen en de andere masterplannen die gaande zijn, dat project eventjes op de lange baan zal geschoven worden. Maar mobiliteit is zeker een prioriteit voor na de verkiezingen. Ook op vlak van leven en wonen is er verandering nodig. We zijn één van de snelst groeiende gemeenten, we gaan naar de 25000 inwoners dus er valt zeker één en ander te realiseren.

De Schelde site is toch grotendeels gericht op wonen? Er komen veel appartementsgebouwen?

Dat project is er in de eerste plaats gekomen omdat er nood was aan een nieuw administratief centrum, hier in het gemeentehuis hebben we niet genoeg plaats. Die grond tussen de kerk en de Schelde stond nu eenmaal te koop, een klein stukje kopen was geen optie. Momenteel is het niet ideaal om in zeven grachten tegelijk te springen, het is financieel-economisch een moeilijke tijd, we moeten dus omzichtig te werk gaan. Het is nu belangrijker te investeren in vastgoed, bouwgronden, fabrieken, eigendommen dan dat ons geld op de bank staat en we het na de bankencrisis kwijt zijn. Een gemeente wordt van die investeringen niet armer, integendeel, op lange termijn worden we daar rijker van. Daarom werken we met een PPS-regeling, een privaat-publieke samenwerking. We hebben de grond, we zetten er zelf een administratief centrum op, maar de rest zal aan de maatschappij gegeven worden. Achter de kerk is er zeker plaats voor horeca en in kleinere mate handel, maar niet concurrentieel ten opzichte van het bestaande handelsapparaat in het centrum. Er wordt ook voor de drie woongelegenheden gezorgd: sociaal wonen, gewone appartementen maar ook luxe appartementen met zicht op de Schelde en de Kalkense Meersen die er ook moeten zijn om het project betaalbaar en in evenwicht te houden. Ook niet onbelangrijk, omwille van de verkeers- en parkeerproblematiek, is dat er 350, misschien zelfs 400, ondergrondse parkeerplaatsen komen die een verademing zullen zijn voor ons drukbezette centrum.

U spreekt over luxe appartementen met zicht op de Schelde. Had u die dan niet beter gebouwd waar nu het nieuw administratief centrum zal komen?

Als je eigendom hebt en er zijn andere varianten mogelijk om luxe flats te voorzien en ervoor te zorgen dat je zelf geen honderd jaar moet leven en werken in de schaduw van de kerk, dan moet je voor die optie kiezen. De werksfeer is daarbij ook niet onbelangrijk. Ons personeelsbestand groeit alsmaar aan en het moet voor hen ook aangenaam zijn om voor de gemeente te werken.

Wat gebeurt er met het oude gemeentehuis?

Dat zal zijn functies behouden voor trouwgelegenheden of tentoonstellingen want dat oude gebouw geeft toch wat meer cachet, maar het zal geen administratieve functies meer hebben. Het rustieke gedeelte zal gerestaureerd worden en dan moeten we nog eens kijken wat de mogelijkheden zijn voor de rest van het gebouw. Het nieuwste stuk in de Kerkstraat zou ook een loft kunnen worden, of tentoonstellingsruimte maar het zal nog niet voor de eerste dagen zijn dat we ons daar zorgen over gaan maken.

Onder de markt zou vervuilde grond zitten. Waarom is het nooit een optie geweest de ondergrondse parking daar te leggen?

Dat zegt mij niets, vervuilde grond. Toen de huidige kerk er nog niet stond, stond de kerk centraal op de markt en was er een structuur zoals in Westrem waar de begraafplaats rond de kerk lag. Bij de eerste renovatie van de markt zijn er veel doodshoofden en knekels gevonden, op dat vlak zal die grond dus zeker niet de properste grond zijn die je je kan voorstellen. Als ze toen een ondergrondse parking gelegd hadden was de situatie ook meteen opgelost, maar die beleidskeuze is er niet gekomen. In die tijd bestond er nog geen betaald parkeren en de mobiliteit is sindsdien verdriedubbeld, een ondergrondse parking leggen was toen nutteloos geweest.

Is er nu, van Groen! uit, helemaal geen druk meer om daar iets aan te doen?

Neen. Die mensen zijn zelf slim genoeg om te zien dat de helling die achter de kerk zit veel beter is om te gebruiken als ondergrondse parking. Er moeten geen putten gemaakt worden, er moeten enkel verdiepingen gemaakt worden. Volgens de ontwerper moet er van de helling gebruik gemaakt worden om een plateau te maken zodat je van boven meteen naar beneden, naar het water, kijkt. Op die manier zal er, naast het marktplein voor de kerk, ook achter de kerk een plein zijn waaronder alles wordt opgevuld met parkeerplaats. Je moet ook geen Vlaams bouwmeester geweest zijn om in te zien dat het geen dom plan is.

Naast de Schelde site is er ook nog de site Cordonnier. Zijn de plannen daar vooral gericht op kunst of komen daar ook nog andere zaken bij?

De site Cordonnier is grotendeels gericht op de hervorming van de muziek- en tekenacademie. Er zal ook plaats zijn voor de creatieve industrie, dus alles wat gelinkt is aan wat je ziet in een muziek- en tekenacademie, zoals een architectenbureau, ontwerpers van websites, enzovoort. De feestzaal zal een andere invulling krijgen op een andere plaats maar zal van grootte wel ongeveer gelijk zijn en er komt een auditieruimte voor bijvoorbeeld een pianorecital. En uiteraard zullen er een aantal woonentiteiten voorzien worden, alleen al om te voorkomen dat het een desolaat stuk is want dat zou enkel leiden tot vandalisme.

Is het de bedoeling dat de site volledig plat gegooid wordt of wordt het eerder een verbouwing?

Hetgeen achter de mooie gevel zit van de tekenacademie, in de Schoolstraat, blijft behouden maar van de muziekacademie gaat zeker een heel stuk plat gegooid worden. Dat zal in drie fasen gebeuren. De laatste fase is de verbouwing van het laatste nieuwe gedeelte van de muziekacademie. Waar de nieuwe vleugel nu staat, gaan ze een spiegelbeeld maken en een nieuwe vleugel creëren die iets breder is. De oude fabriek wordt ook volledig afgegooid, behoudens het hoogste gebouw want dat is van degelijke makelij uit de jaren zestig à zeventig met dikke betonnen consoles, het zou stom zijn dat af te breken. Daarbij, als we het afbreken mogen we nooit meer zo hoog bouwen en verliezen we dus in de waarde van het gebouw. We zijn ervan overtuigd dat het de ideale plaats is om een stuk van die creatieve industrieën onder te brengen en ook de hoogte van de gebouwen binnenin is interessant, er is de mogelijkheid voor dubbele vloeren om alle technieken in te stoppen, dus dat blijft zeker staan.

Zijn er ook nog andere plannen geweest voor Cordonnier of was het met deze doelstellingen dat de site aangekocht werd?

Er is in eerste instantie geïnformeerd geweest bij het belastingkantoor en het vredegerecht , die beiden een nieuwe locatie zochten, of ze interesse hadden om deel uit te maken van een project bij Cordonnier waar ook het nieuwe administratief centrum zou komen. Oorspronkelijk kregen we het stuk grond achter de kerk niet te pakken en soms moet je eens op twee paarden wedden want we wilden zeker zijn dat we een nieuw administratief centrum zouden kunnen zetten. We hebben toen het belastingkantoor en het vredegerecht erbij gevraagd omdat dat twee zaken zijn die dagelijks mensen naar de gemeente trekken die dan misschien ook even gaan winkelen of een koffie drinken. Uiteindelijk zijn ze daar niet op ingegaan, het vredegerecht is nog steeds op zoek naar een nieuwe locatie en de belastingen blijven waar ze zitten op de Gentsesteenweg.

Is het daarom dat u nu bij het nieuwe administratief centrum ook plaats maakt voor handel en horeca, om op die manier het centrum te verschuiven?

Ja, maar we moeten opletten wat we doen want bij de handelaars in het centrum leeft er schrik. Er moet zeker horeca komen en er mag ook handel zijn, maar die moet dan eerder gerelateerd zijn aan wat daar leeft, toerisme en horeca. Het is niet de bedoeling dat daar ketens zoals H&M en C&A geplaatst worden want dan gaat niemand nog naar het oorspronkelijke handelscentrum.

Denkt u dat Wetteren soms te ambitieus is, in het aankopen van gebouwen en gronden. Ik las op de website van Kwets een commentaar van Piet Van Heddeghem (Groen!) dat Wetteren te snel aankopen doet zonder duidelijke visie of doelstelling.

Minderheid is minderheid en als politieker moet je je spel kennen. Het is zijn goed recht om commentaar te geven maar ik heb al gezegd dat ik, in het huidige economische klimaat, het geld van de gemeente liever in vastgoed steek dan dat ik het op de bank laat staan. Ik ben ervan overtuigd dat we op termijn veel geld gaan kunnen genereren uit wat we nu opzetten. Met de gronden die we hebben kunnen we eerst doen wat wij willen realiseren en de rest brengen we aan de man in de vorm van appartementen of andere zaken. Zo behouden we ook inspraak én doen we een stuk aan stadskernvernieuwing. Uiteindelijk kopen we enkel verloederde stukken waar niemand nog naar omkijkt.

De commentaar van Piet Van Heddeghem kwam er naar aanleiding van de aankoop van een café op het stationsplein, waar nu geen duidelijke plannen voor zijn.

Dat is zeker geen ideale koop geweest, maar het was wel noodzakelijk dat we het kochten. Niet alleen omdat het een absoluut koopje was maar ook omdat er in de stationsomgeving een stukje rotte appel zit en we daar als gemeente moesten interveniëren om dat te kunnen uitzuiveren. Daarom hebben wij ons voorkooprecht ingeroepen, waarmee we iets rond een sociaal project moeten doen en daar is zeker mogelijkheid toe. Er zou bijvoorbeeld een sociale flat van gemaakt kunnen worden, of noodopvang van het OCMW. Dat gebouw kwam nu, na 25 jaar eindelijk eens op de markt en als we dat nu niet gekocht hadden zaten we nog eens zo lang vast aan, en nu ga ik een lelijk woord gebruiken, de maffia. Daarom investeren we daarin en er zal uiteraard wat oplapwerk nodig zijn, vermoedelijk tot 2014, maar dan is het van ons en doen we ermee wat we willen. Dat kan ik natuurlijk niet op een gemeenteraad gaan vertellen en Piet Van Heddeghem weet dat ook maar goed, dat is het spelletje van meerderheid en minderheid, zo gaat dat in de politiek.

 

 

 

De vergeten Oostkantons

Door al die heisa rond de vete tussen de Vlaamstaligen en de Franstaligen zou men haast vergeten dat er ook nog Duitssprekenden wonen in België. Hoe zit dat nou precies? Waar wonen ze? Door wie worden ze vertegenwoordigd? Hebben ze überhaupt wel iets te zeggen?

In België zijn er drie gemeenschappen. Deze zijn in de grondwet vastgelegd op basis van de taal die in die gebieden gesproken wordt. Zo is er de Vlaamstalige, de Franstalige en de Duitstalige gemeenschap. In het tweetalige Brussel vind je dus zowel de Franstalige als de Vlaamstalige gemeenschap terug. De Duitstalige gemeenschap oefent zijn bevoegdheden uit in de negen gemeenten in de provincie Luik die het Duitse taalgebied vormen, ook wel de Oostkantons genoemd, en heeft Eupen als hoofdstad. Deze negen gemeenten zijn faciliteitengemeenten, wat wil zeggen dat ze faciliteiten hebben voor Franstaligen, hoewel slechts een kleine minderheid van de inwoners Frans spreekt.

De gemeenschappen werden vroeger de cultuurgemeenschappen genoemd en hadden geen politieke bevoegdheden. Pas na de tweede staatshervorming krijgt de Duitstalige Gemeenschap een zekere autonomie. De Raad die ze toen hadden, die enkel bevoegdheden had op cultureel vlak en waar enkel leden van de nationale regering in zetelden, werd nu een regering waarvan ze de samenstelling zelf konden kiezen. Verder kregen ze bevoegdheden voor persoonsgebonden aangelegenheden, intercommunautaire en internationale betrekkingen en regionale bevoegdheden. Na de derde staatshervorming kwam daar nog de bevoegdheid voor onderwijs bij.

Alle gemeenschappen hebben een parlement en een regering. Het Duitstalige parlement, de wetgevende macht, heeft 25 leden die om de vijf jaar rechtstreeks verkozen worden. Één van deze verkozenen zetelt in de federale senaat en verdedigt daar de belangen van de Duitstalige inwoners van België. De Duitstalige regering, de uitvoerende macht, bestaat uit één minister-president en drie ministers. De leden van de regering worden door het parlement verkozen. Daarnaast is er ook nog een Duitstalig ministerie , dat de beslissingen van de regering voorbereidt en toepast.

Federaal hebben de Duitstaligen bitter weinig te zeggen. Het is pas sinds 1995 dat een Duitstalig parlementslid in de federale senaat zetelt en nog nooit werd een Duitstalige politieker federaal minister. De politieke partijen in de Duitstalige Gemeenschap zijn nochtans afdelingen van de Franstalige partijen en dus zijn de Duitstalige politiekers allemaal lid van een Franstalige partij. Bij de recente regeringsonderhandelingen werd bijna beslist dat Karl-Heinz Lambertz, minister-president van de Duitstalige Gemeenschap, federaal minister zou worden in de nieuwe regering Di Rupo I. Er was discussie was rond de hoeveelheid Franstalige en Nederlandstalige ministers dachten ze het zo creatief op te lossen. Karl-Heinz Lambertz zetelt nu uiteindelijk toch niet in de nieuwe regering.

Ook in Europese context bekleedt de Duitstalige gemeenschap een niet verwaarloosbare functie. De beperkte oppervlakte en daadkracht van de regio zorgt ervoor dat grensoverschrijdende samenwerking nu en dan bevorderlijk is voor het opstellen van dienstverleningen. Zo zijn er bijvoorbeeld samenwerkingen op het vlak van jeugdzorg, medische zorgen en politiewerk. De Duitstalige Gemeenschap voert vaak een brugfunctie uit tussen België en Duitsland. Verder is de Duitstalige Gemeenschap een belangrijk onderdeel van de Euregio Maas-Rijn waar zowel Nederland en België als Duitsland in verweven zitten. De belangrijkste functie die de Duitstalige Gemeenschap bekleedt in Europa is in het kader van het EU-Raadsvoorzitterschap, ze neemt het voorzitterschap inzake toerisme waar, in naam van de Europese Unie. Dat wil zeggen dat de Duitstalige Gemeenschap, inzake toerisme, niet enkel België vertegenwoordigt maar alle 27 lidstaten. Ze vertegenwoordigt wel België inzake Jeugd- en Sportbeleid in de desbetreffende vergaderingen en ministerraden.

De Duitstalige Gemeenschap valt niet te verwaarlozen. Ze mengt zich dan wel niet in het communautaire gekibbel maar vervult wel stilletjes een sleutelrol in zowel België als Europa. Klein maar fijn.

 

Sinterklaas Kapoentje (Deel 2)

Sinterklaas of Zwarte Piet zijn lijkt mij een fijne job. En ik kan het weten, want ik ben het allebei al geweest. Op vrijdagavond was ik Sinterklaas voor het neefje van mijn beste vriendin. Alles ging vlotjes, terwijl ik zo ongeveer stikte onder die baard was het knulletje letterlijk aan het krijsen van plezier toen hij na een dekbed van Toy Story en twee boeken ook nog zijn gloednieuwe speelgoedtractor uitpakte. Daar begon de miserie. Die tractor leek wel van Ikea te komen en moest nog helemaal gemonteerd worden. Het jongetje wilde zijn tractor natuurlijk meteen in gebruik nemen en dus snelden zowel papa als opa te hulp om de tractor in elkaar te zetten. Dat gaf het kereltje veel te veel tijd om mij te bestuderen en het duurde niet lang voor ik het volgende gesprek hoorde aan mijn linkerzijde:

Jongen: Mama, er zit daar een vrouw onder
Mama: Waaronder? Onder jouw tractor?
J: Neen, daar!
M: Waar?
J: Daar!
M: Waar?
J: Onder Sinterklaas
M: Dat kan niet meneertje, er kan toch geen extra persoon onder dat kleed!
J: Maar waarom kan Sinterklaas dan spreken als een vrouw?
M: Sinterklaas is verkouden en daarom is zijn stem zo raar.

Ondertussen deed ik alle moeite van de wereld om het gesprek te negeren. Ik denk dat ik veilig kan stellen dat het de laatste keer was dat ik Sinterklaas was, als vrouw zijn sommige dingen toch écht wel moeilijk te verbergen.

Vandaag was ik Zwarte Piet op een school in Mariakerke. Om 6 uur deze morgen heb ik mezelf uit bed gesleurd om daar om 7u10 aan te komen (je moet er verdorie wat voor over hebben). Na een kleine (en vooral zwarte) transformatie gingen we, 4 pieten en de Sint, met koets en paard naar de school. Onderweg kwamen we nog een oude man tegen die de Sint verweet dat hij zijn Rolls Royce vergeten brengen was, en zijn ‘schoon wijf’, daarna lachte hij nog eens vettig zijn twee resterende tanden bloot en fietste voort.

Zwarte Piet zijn is vermoeiend, en dat begon al meteen in de eerste klas, de peuterklas. Ze hadden een dansje voorbereid en de kindjes die niet aan het wenen waren omdat ze bang waren van de Sint, brachten dat vol overgave voor Sint en Piet. Van Zwarte Pieten wordt natuurlijk verwacht dat ze meedoen, dus hop, het eerste dansje van de dag was een feit. Daarna volgden nog veel meer dansjes, sleuren met zakken vol cadeautjes en het vakkundig ontwijken van kinderen die vlak voor je voeten de grond op duiken om de koekjes te pakken te krijgen die de Piet die voor je loopt heeft laten vallen. Vermoeiend, zeg ik u. Een pauze was dan ook welverdiend. Dat vond ook Sint die met een rietje zijn jenever zat te drinken terwijl wij Pieten ongerust zijn derde glaasje inschonken. Maar wát een feest. Er is toch niks dankbaarder dan bijdragen aan de magie van Sinterklaas, dan te luisteren naar de versjes die de kinderen vanbuiten hebben geleerd en honderden tekeningen en een occasionele fopspeen aan te nemen? Zwarte Piet zijn is DE MAX, volgend jaar weer!

Dát zijn films

Het gaat goed in filmland. De laatste twee films die ik ging bekijken waren in één woord fantastisch. Ik denk niet dat ik al vaak zo lyrisch ben geweest over het filmaanbod van de Kinepolis in Gent (Als ze nu Twilight nog schrappen zijn ze helemaal goed bezig)

Twee weken geleden zag ik Drive, een Amerikaanse klapper met Ryan Gosling in de hoofdrol. De hoofdfiguur is een man van weinig woorden maar des te meer daden. Niet alleen is hij stuntman, hij heeft ook nog een bijbaantje als vluchtwagenbestuurder. Persoonlijk had ik er niet veel van verwacht want ik ben niet echt een actiefanaat, laat staan dat ik graag naar auto’s kijk en toch heeft deze film me weggeblazen. Het verhaal bleef over het algemeen vrij vlak en toch was het spannend, meeslepend en ontroerend. Twee aspecten vielen heel hard op: de acteerprestaties van Ryan Gosling, die zonder veel woorden te gebruiken een heel intens personage neerzet, en de geweldige soundtrack. Meerdere keren heb ik gedacht: wauw, dat is het perfecte geluid om die scène te bevatten (Je moet het maar kunnen) Kortom, Drive is een aanrader, voor iedereen.

Vorige week ging ik kijken naar Hasta La Vista, het nieuwste meesterwerk van de Vlaamse regisseur Geoffrey Enthoven. De film heeft ondertussen al verschillende prijzen in de wacht weten te slepen en dat is volledig terecht als je het mij vraagt. Hasta La Vista vertelt het verhaal van drie lichamelijk beperkte jongeren die naar Spanje willen reizen om daar een bordeel te bezoeken dat gericht is op het plezieren van andersvaliden. Ondanks het fragiele thema is het een verhaal vol humor dat het dagelijks leven van andersvaliden amusant in beeld brengt maar het toch ook aangrijpend maakt. De regisseur kon dan ook rekenen op een geweldige cast. Robrecht Van Den Thoren en Gilles De Schryver zagen we al samen in het geweldige ‘De Laatste Zomer’ en ook hier mist de chemie tussen de twee acteurs zijn doel niet. Daarnaast werden ze gesteund door Tom Audenaert. Deze, nog vrijwel onbekende acteur, schitterde in zijn rol als de nagenoeg blinde Jozef die de onschuldigheid zelve is en daardoor vaak hilarische situaties uitlokt. Kortom, Hasta La Vista brengt letterlijk een lach en een traan.

Sinterklaas Kapoentje

Sinterklaas komt eraan en dat zullen we geweten hebben. Reclameblokken op televisie worden prompt 5 minuten langer door talloze speelgoedreclames, supermarkten liggen nu al vol met chocolade en ander snoepgoed en dit weekend voer Sinterklaas met zijn pieten (en een kapitein die verdacht veel op Adriaan Van Den Hoof leek) ons land binnen op een (not so much) stoomboot uit Spanje.

Zoals vorig jaar zal ik ook dit jaar weer sinterklaas zijn voor het metekindje van mijn beste vriendin. Dat ik een vrouw ben – die hij dan nog kent ook – en dat ik nooit zwarte pieten bijheb valt helemaal niet op, en dat ik een halfuurtje later (in mijn dagdagelijkse outfit maar wel met dezelfde bril) bij hem aan tafel zit om wafels te eten kennelijk ook niet. Het knulletje is dan ook nog maar drie jaar, op die leeftijd geloof je echt alles wat ze je wijsmaken. Ik ken er alles van, ik heb in de Sint geloofd tot ik tien jaar oud was. Mijn ouders wilden het mij niet vertellen omdat ze bang waren dat ik het mijn jongere zusje zou verklappen. Dat ik op school misschien wel heel passionele discussies zat te voeren met klasgenootjes over het al dan niet bestaan van Sinterklaas, daar hadden ze duidelijk nog niet bij stilgestaan. Ik stond dan ook mooi voor aap tijdens mijn talrijke pleidooien tegenover kindjes die geen jongere broertjes of zusjes, of gewoon bedachtzamere ouders hadden.

En toch kan ik het mijn ouders niet kwalijk nemen, want wat was het leven heerlijk toen ik nog in de magie van Sinterklaas geloofde. Er is toch geen spannendere avond dan die van 5 december, wanneer je je schoen moet zetten voor Sinterklaas met een wortel voor het paard en een glaasje jenever voor Zwarte Piet (dat had mijn vader slim bekeken). En er was toch geen fijnere ochtend dan die van 6 december, als je spontaan om 5u wakker wordt, je ouders uit hun bed gaat sleuren en dan dolenthousiast (met chagrijnige, slaperige ouders in het kielzog) de woonkamer binnenstormt om daar chocolade en cadeautjes te ontdekken.

En dan heb ik het nog niet eens over de fantastische serie ‘Dag Sinterklaasje’. Er zijn bijna geen woorden om dat te beschrijven. Die begingeneriek, die piepjonge Bart Peeters die toen – voor mijn zuivere kindergeest – nog niet zo irritant was als nu, die Zwarte Piet die toch altijd een beetje grappig was, het paard van Sinterklaas dat slecht-weer-vandaag heette en Jan Decleir die de enige échte Sint is (o-ver-dui-de-lijk).

Als je klein bent is Sinterklaas pure magie en nu is het dat stiekem nog altijd.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.