(Bent u hier via http://vliegenmepper.blogspot.com/? Lees dan eerst maar even dit: http://lisadierickx.wordpress.com/2012/01/07/open-brief-aan-de-vliegenmepper/)
Op het kerkplein in De Pinte, vlak naast de kerk, in een kantoor omringd door boeken, kan u Piet Herregods vinden. Hij is priester, maar boven alles een mens als een ander.
Wat is religie voor u?
Dat is al meteen een serieuze vraag. Als je kijkt naar de betekenis van het woord is het ‘verbonden zijn met’. Voor mij is dat dan verbonden zijn met degene die ik God noem en die ik leer kennen in de figuur van Jezus van Nazareth, dat is heel kort wat religie is voor mij.
Bent u zelf gelovig opgevoed?
Ja, ik ben gelovig opgevoed maar als ik dan kijk naar wat dat betekende toen, dan was dat niet zo heel veel. Ik ben eigenlijk maar beginnen geloven door ermee bezig te zijn en door te beginnen nadenken over wat de verhalen betekenen, wat het betekent als je zegt ‘God’ of ‘ik geloof’. Door te studeren ben ik eigenlijk gelovig geworden.
Wanneer heeft u dan besloten priester te worden?
Eigenlijk vrij laat, in het laatste jaar van de humaniora. Ik was er op dat moment niet zoveel mee bezig. Ik was ook al aan het kijken naar andere zaken, zoals sociale school of pedagogie, ik wou wel iets met mensen doen, dat sprak mij aan. Het was pas in de laatste maanden van het laatste jaar dat ik dacht misschien is dat ook iets. Ik heb daar met niemand over gesproken maar ik ben er wel mee blijven rondlopen en in de vakantie na het laatste jaar ben ik naar een abdij getrokken om voor mezelf uit te maken wat ik ging doen. Toen heb ik besloten de opleiding te volgen en te zien wat het zou worden.
En bent u nog altijd tevreden van uw keuze?
Ja. Dat wil niet zeggen dat ik alle dagen loop te springen en te dansen, maar dat is bij niemand zo. Ik zeg dikwijls, en dat meen ik ook, dat ik vind dat je als mens moet proberen gelukkig te zijn. Iemand die niet gelukkig wil zijn moet zich laten helpen, denk ik. En ik ondervind dat dit voor mij een manier is om zinvol te leven en gelukkig te zijn. En ondertussen kan ik ook soms nog eens anderen gelukkig maken.
Wat voor priester bent u, of probeert u te zijn?
Ik probeer een menselijke priester te zijn en een priesterlijke mens. Ik mag het leven delen van mensen, dat is een voorrecht. Als ze gelukkig zijn, verdrietig zijn, miserie hebben, iets tegenkomen, dan mag ik dat delen. Ik mag over iets praten waar eigenlijk niet veel meer over gepraat wordt, namelijk God en wat hij met ons leven te maken heeft. Zonder te zeggen dat ik de absolute waarheid verkondig. Ik kan enkel getuigen, ik kan enkel zeggen voor mij is het zo. En vanuit dat besef, dat we als kerk of gelovige gemeenschap een minderheid geworden zijn, probeer ik priester te zijn. Ik denk dus niet dat ik het overal voor het zeggen heb, die tijd is gelukkig voorbij. Ik denk ook niet dat ik zomaar overal kan binnenwandelen, zoals vroeger gebeurde. Ik las ergens, en daar herken ik mij in: wij zijn als priesters niet meer de heer des huizes, wat we vroeger wel waren. Vroeger dachten we dat we wisten hoe het ineen zat en spraken we met de overtuiging dat het was zoals we zeiden. We zijn niet meer de heer des huizes, we zijn de gast, de vreemdeling. De gast die gevraagd wordt als er iets gebeurt in het leven en de vreemdeling die soms met een taal of woord komt dat haaks staat op wat in de maatschappij belangrijk geacht wordt. We zijn de vreemdeling maar ik voel me daar niet slecht bij, integendeel.
Is de priester de psycholoog van de gemeenschap?
Neen. Ieder heeft zijn verhaal maar ik ben geen psycholoog. Als mensen hun verhaal willen vertellen dan laat ik hen vertellen maar willen ze niet, dan is het ook goed. Ik probeer mee te gaan in hun verhaal en ik probeer te luisteren en vooral ook naar woorden te zoeken die in zo’n situatie oprecht zijn. Op zo’n moment moet je niet simpel doen en dingen zeggen als “het is dat het zo moest zijn” of “het is God’s wil”. Dat zijn uitspraken waar ik niet achter sta, waar ik moeite mee heb. Een psycholoog moet eerder zoeken naar hoe je er weer bovenop geraakt en hoe je weer kan functioneren. Ik sta daar meestal met mijn mond vol tanden en zeg nooit wat ze moeten doen. Want je moet niets, als je verdriet hebt.
Is dat soms moeilijk? Om te weten wat je moet zeggen?
Ja. Ondertussen heb ik ook wel geleerd om soms gewoon eens te zeggen dat ik niet weet wat ik moet zeggen. Je hebt situaties die te erg zijn, laat ze dan ook erg zijn en begin niet te verbloemen of te vergelijken. Uiteindelijk moeten wij niet oordelen over welke situaties erg zijn, de mensen zullen dat zelf wel doen. Er zijn als de mensen dat willen, dat is de taak van een priester.
Is dat veranderd sinds u priester geworden bent?
Zeker. Ik ben 27 jaar gewijd en in die tijd is er veel veranderd en ik stel vast dat de veranderingen elkaar alsmaar sneller opvolgen. Nu zie je nog in elk dorp of elke stad minstens één kerk staan, die worden niet meer gebruikt zoals ze 20 jaar geleden gebruikt werden. Moeten al die kerkgebouwen dan blijven? Wat gaan we ermee doen en hoe kunnen we onze deuren openzetten voor andere mensen? Er is veel veranderd en er zal nog veel veranderen. Ook priesters zijn een uitstervend ras.
Hebt u gehoord over de petitie opgesteld door John Dekimpe, die pleit voor hervormingen in de kerk? Hebt u ze ook ondertekend?
Ja ik heb ze getekend. Wat mij vooral aansprak in dat manifest, want dat is het eigenlijk, is dat het begint met te zeggen “wij begrijpen niet dat..”. We beginnen dus niet met het eisen van zaken, wij uiten onbegrip. Wij begrijpen niet dat mensen die geen priester zijn niet mogen voorgaan in een dienst en niet mogen preken, mensen die gescheiden zijn geen communie mogen ontvangen, enzovoort. Een aantal zaken die, ook voor mij, niet te begrijpen zijn gezien de situatie waarin we zitten. Dus zeggen ze in dat manifest dat de voorwaarden om priester te mogen worden zouden moeten opengesteld worden, zodat getrouwde mensen en vrouwen bijvoorbeeld ook priester kunnen zijn. Ondertussen tonen meer dan 7000 mensen vanuit de basis, mensen die geëngageerd zijn in de kerk, dat ze die bekommernis delen. Er zijn natuurlijk ook mensen die vinden dat dit niet kan, die ons ketters vinden. Ik kreeg een paar dagen geleden nog telefoon van een journalist die me vroeg of ik me ervan bewust was dat mijn naam op een website staat, ‘Ketters in Vlaanderen’. Die website geeft een lijst van alle mensen die het manifest ondertekend hebben , en diegenen die dat opgericht hebben, de ‘goede katholieken’, vinden dat je bij die mensen beter geen sacrament meer ontvangt. Dat is de kerk op twee snelheden, terwijl in dat manifest niets wereldschokkend staat. Degene die nu paus is heeft dertig jaar geleden hetzelfde geschreven, hij zal het nu niet meer zeggen, maar hij heeft het wel geschreven. Het is mooi dat er al 7000 ondertekend hebben, het is een prachtig teken van leven.
Hoe staat u tegenover het celibaat? U zegt net dat getrouwde mensen ook priester zouden moeten kunnen zijn?
Er zijn bijna geen mannelijke celibataire priesters meer dus moeten we beginnen nadenken over wie allemaal priester kan worden. Wil dat zeggen dat ik voor de afschaffing van het celibaat ben? Neen, voor mij heeft dat er niks mee te maken, het één moet naast het ander kunnen bestaan. Ik zeg alleen dat wie ongelukkig is in zijn celibatair bestaan er beter mee stopt. Is dat een drama? Neen, ik ken er zoveel die nu gelukkig zijn als getrouwde mens.
Maar u vindt wel dat ze nog steeds priester zouden mogen zijn, dus het celibaat mag voor u afgeschaft worden?
Afschaffen zou ik niet doen, maar het zou geen criterium mogen zijn om iemand al dan niet tot priester te wijden. Ik denk dat het celibaat soms zinvol is, dat heeft een betekenis. Voor mij persoonlijk heeft dat te maken met leven zodat je voor niemand op de eerste plaats komt. Dat is niet erg, er zijn zoveel mensen die zo leven. Als je naar de maatschappij kijkt, denk ik dat er gemakkelijk 20 procent zo leeft of moet leven. Bij mij is het dan nog vrije keuze. Ik probeer zo te leven zonder daarbij ongelukkig te zijn. Waarom kan ik zo leven? Vanuit mijn geloof want ik geloof dat ik hoe dan ook graag gezien ben.
Zouden vrouwen volgens u ook priester moeten kunnen worden? Hoe komt het dat de katholieke kerk toch vooral een mannenwereld is?
Het is een systeem dat zichzelf in stand houdt, door mannen die mannen verkiezen. Ze beroepen zich daarbij op theologische motieven, zoals Jezus en de apostelen waren mannen. Dat mag geen reden zijn om het kerkelijke systeem in stand te houden. In alle parochies zijn er veel meer vrouwen met de kerk bezig dan mannen. Moesten die er allemaal mee stoppen dan ligt het op zijn gat, dan is het gedaan. En dan staan de mannen daar.
Beschouwt u zichzelf als een moderne priester? Want u ben niet echt traditioneel?
Wat is traditioneel en wat is modern. Ik ben niet modern als het gaat over technologie, ik heb moeite om mijn computer in gang te krijgen, als hij niet werkt moet ik iemand bellen en ik ben al blij dat ik mijn gsm kan gebruiken. Voor mij is het geen kwestie van modern, of traditioneel. Voor mij is het zoeken, hoe kan je vandaag de dag de wereld waarin je leeft het geloof beleven en er op een zinvolle en verstaanbare manier over spreken. Ik stel vast dat de taal die 20 jaar geleden in de kerk werd gebruikt nu bijna onverstaanbaar is geworden. Als je zegt “heilig, heilig, heilig, de heer des hemelse machten”, dan versta ik dat niet. Maar als je zegt God heeft te maken met graag gezien zijn, wie je ook bent, dan is dat veel duidelijker. Het gaat er dus om wat je zegt, wat je bedoelt, als je zegt God of Christus.
Past u de taal dan ook aan in uw diensten?
Ik probeer toch woorden te gebruiken die ik tenminste versta en waarvan ik vermoed dat ze ook verstaanbaar zijn voor anderen. Dat is een van de hedendaagse uitdagingen, zoeken naar een begrijpbare taal. Soms lukt dat, soms mislukt dat, maar ik probeer het wel.
Merkt u ook een verandering in het publiek dat naar de kerk komt?
De grootste verandering merk ik bij diegenen die wekelijks komen, dat aantal vermindert sterk en dat is vooral een ouder publiek. Wat ik wel vaststel is dat als je anderen uitnodigt, dat een deel daarvan toch op die uitnodiging ingaat. Ik denk ook dat we dat moeten doen, mensen uitnodigen en de deuren openzetten. Iedereen is welgekomen, of je nu één keer komt of elke week. Wij hebben niet te oordelen over de motieven waarom mensen naar de kerk komen of niet, maar als je komt ben je welgekomen. We proberen gezinnen uit te nodigen rond bepaalde momenten of dagen en we gaan er niet meer van uit dat mensen komen als ze niet uitgenodigd worden.
Hoe ziet u de toekomst in van de kerk?
Ik zie de toekomst niet dramatisch in maar het zal wel helemaal anders zijn. Het zal hier en daar nog een groepje mensen zijn die samenkomt rond iets wat zij belangrijk vinden en waarover ze hopelijk niet alleen in woorden maar ook in daden getuigen. De sociale druk om kerkelijk en gelovig te zijn is voorbij en dat vind ik goed want het past niet meer in deze tijd. De vrijheid om te kunnen zeggen dat het iets betekent moet er wel zijn. De enige uitdaging is het vinden van momenten om mensen daarover iets mee te geven, dat is niet vanzelfsprekend.
Heeft u veel gemerkt van het pedofilieschandaal?
Mensen bekijken mij niet anders, alsof ik gevaarlijk ben of één van die kliek, maar het heeft wel veel veranderd. Als dat schandaal al een voordeel heeft is het wel dat de kerk een beetje bescheidener is geworden en dat we wat minder hoog van de toren blazen. De boodschap van de Kerk is heel anders dan de praktijken die daar gebeurd zijn. Je mag de mooiste preek houden maar als dat de praktijk is, moet je zwijgen. De geloofwaardigheid van de kerk is serieus aangetast, en terecht. Hoe moeten we nog van verzoening spreken? En toch is het nodig, want als we nog iets te zeggen hebben is het wel dat. Mensen spreken soms van christelijke waarden, maar eigenlijk zijn er niet zoveel. Menselijkheid? Solidariteit? Rechtvaardigheid? Eerlijkheid? Trouw? Dat zijn natuurlijk ook christelijke waarden, maar ze zijn niet exclusief christelijk. De ene waarde waarvan ik vind dat ze echt christelijk is, is vergeving. Vergeving is niet meer menselijk als iemand je echt gekwetst heeft tot in het diepste van je zijn.
Wat vindt u dan van die figuren, zoals Roger Vangheluwe? Zouden die uit de Kerk moeten gezet worden?
Eigenlijk is het bijna zo, hij zit ergens anoniem in een klooster in Frankrijk en kan nooit meer ergens openbaar verschijnen. Ik vind het minder belangrijk dat hij dan echt formeel uit de kerk gezet wordt. Wat er gebeurd is, vind ik wel heel erg. Dat hij daar nog heeft kunnen functioneren als priester en bisschop, wetende wie hij was en wat hij meedroeg.
Bent u het altijd eens met uitspraken of beslissingen die uit Rome komen?
Neen. Ik ben het ook niet altijd eens met wat uit de basis komt, of uit Brussel of Amerika. Ik denk ook niet dat dat moet. Als je maar probeert kritisch na te denken over wat gezegd wordt en ook nadenkt over hoe en waarom dat er gekomen is. Ik ben het ook niet altijd oneens met wat er gezegd wordt. Wat ik wel belangrijk vind, en dat is er nu te weinig, is dat Rome rekening houdt met wat er aan de basis leeft. Uiteindelijk is de Kerk begonnen met een paar mensen die wilden samenkomen rond iets dat betekenis heeft in hun leven, dat is ook wat mij aanspreekt in de Kerk. Dat vindt te weinig doorstroming naar hoe er in Rome beslissingen tot stand komen.
Hoe staat u tegenover homoseksualiteit?
Ik heb daar niks van te vinden, dat bestaat. En als die mensen gelukkig zijn. Zoals ik al zei, elke mens heeft de plicht gelukkig te zijn. Voor mij is dat geen thema, zoals er heteroseksualiteit bestaat, zo bestaat er ook homoseksualiteit. Het veroordelen van homoseksualiteit, daar heb ik moeite mee.
Vindt u dan dat het ook mogelijk zou moeten zijn voor holebi’s om voor de kerk te trouwen?
Dat is ingewikkelder. Als twee mensen rond een gebeurtenis willen bieden en vieren, wie ben ik dan om te beslissen wie dat wel en niet mag? Ik kan daar dan alleen maar gelukkig om zijn en meebidden. Maar dat is nog iets anders dan trouwen. Trouwen, in de kerkelijke betekenis, heeft te maken met man en vrouw. Je kan niet zeggen dat twee mannen of twee vrouwen kunnen trouwen, tenzij je de betekenis van het kerkelijk huwelijk verandert. Ik heb wel veel meer bedenkingen bij heterokoppels die trouwen voor de kerk, voor de show en de schoon auto’s, maar dan wel zeggen dat ze eigenlijk niet geloven.
Er wordt ook veel meer gescheiden dan vroeger. Vindt u dat er een gebrek aan respect is voor het sacrament?
Neen. Als mensen scheiden is dat op de eerste plaats pijnlijk voor die mensen. Dan moeten we niet klaar staan met de wijsvinger maar met open armen. Ik kan alleen hopen dat ze, toen ze het sacrament vierden, het meenden en ze tenminste dachten dat het ging blijven duren. Hun verdere levensverhaal zegt niets over hoe ze op dat moment het sacrament beleefd hebben.
Hoe staat u tegenover andere religies?
Het zou wreed zijn moesten we denken dat wij de juiste zijn en alle anderen verkeerd. Als ik geloof in God, geloof ik dat hij te maken heeft met liefde, dat is het woord dat wij gebruiken. Als dat alleen zou gelden voor de leden van mijn clubje, zou dat niet consequent zijn en contradictorisch. God zoekt de mensen en hij zal zich laten kennen op verschillende manieren. Voor mij is dat in de figuur van Jezus van Nazareth, een moslim zal God op het spoor komen door de profeet Mohammed, een boeddhist zal hem geen God noemen maar zal met religie verbonden geraken door middel van meditatie.
Wat is God voor u? Is dat een concreet concept?
Als ik bid, zeg ik wel dat God concreet is want ik kan niet bidden tot een zetel of een kast, daar kan ik geen relatie mee hebben. Als ik bid spreek ik God aan en probeer ik vooral te luisteren. Kan ik mij iets voorstellen bij God? Neen, maar ik kan me wel iets voorstellen bij Jezus van Nazareth. Die voorstelling is ook gekleurd en getekend, maar zijn optreden brengt me wel dichter bij God.
U zegt dat u luistert naar God? Krijgt u ook antwoorden?
Niet in die zin dat ik als ik met iets zit ga bidden en dat het mij duidelijk wordt wat ik moet doen. Bidden is voor mij soms gewoon een tekst of psalmen lezen en daarin vind ik iets dat mij treft. Dat kunnen teksten zijn die ik al veel gelezen heb maar waar ik nooit bij stilgestaan heb. Dat is een bepaalde vorm van luisteren. Liefst heb ik de verhalen uit het evangelie waar ik moeite mee heb, waarbij ik moet zoeken naar de betekenis.
Heeft u een lievelingsverhaal uit de Bijbel?
Ja, ik heb er een aantal. In het evangelie bijvoorbeeld heb je de werkers van het elfde uur. Een man gaat werkmannen ronselen op de markt, vraagt iedereen of ze in zijn wijngaard willen komen werken, het is veel werk. Wanneer de dag voorbij is roept hij eerst diegenen bij zich die het minst gewerkt hebben en hij geeft ze evenveel geld als diegenen die de hele dag gewerkt hebben. Dat is een prachtig verhaal. Volgens ons economisch stelsel klopt het helemaal niet maar zo is het evangelie. Allemaal even veel, allemaal liefde, en dat kan je niet afmeten. Liefde is altijd groter dan de verdienste, dat is mijn gevoel. Je moet je hemel niet afkopen. Vroeger zei men dat je de hemel moest verdienen, maar dat moet je niet, je krijgt hem. Als je hem zou moeten verdienen dan stop ik meteen, dan is het een onrechtvaardige god.
Dus u gelooft niet dat slechte mensen naar de hel gaan?
Ik weet niet wat de hel is, geen idee. Volgens mij kan ze niet bestaan. En als ze bestaat zit er niemand in. Het enige wat je kan doen als mens is zeggen dat je de hemel niet moet hebben, dat is mijn visie van zonde. Zonde is dat je de liefde die je gegeven wordt weigert. Het verhaal van de verloren zoon toont dat aan. De zoon komt terug en wordt met open armen ontvangen, maar hij is niet de verloren zoon. De verloren zoon is de zoon die buiten staat en niet verstaat waarom zijn broer zo ontvangen wordt. Hij weigert binnen te gaan wanneer zijn vader het hem vraagt, hij weigert de liefde. Het heeft niks te maken met verdienste, het heeft te maken met je openstellen. Zo zie ik dat.